# Calla planten: wanneer, hoe diep en waar

Veel mensen planten calla te ondiep en vragen zich daarna af waarom er weinig gebeurt. Dat komt door een bijzonderheid: de wortels vormen zich bovenop de knol, dus de knol moet juist diep genoeg liggen. De plantwijze verschilt bovendien sterk per type, want de witte aronskelk verdraagt vocht terwijl de gekleurde hybride juist droogte rond de knol nodig heeft. In dit artikel lees je wanneer, hoe diep en waar je jouw calla het best plant.

## Wanneer plant je calla?

Calla is een voorjaarsbol die je doorgaans tussen maart en mei in de grond of pot zet. Het exacte moment hangt af van het weer en de manier waarop je de plant opkweekt.

### Het juiste plantmoment in het voorjaar

De plantperiode loopt van maart tot mei, met een duidelijk verschil tussen voortrekken binnen en buiten planten. Wie vroeg wil bloeien, start de knol al in maart binnen in een pot op een warme plek en verhuist de plant later naar buiten. Het algemene advies over [bloembollen planten](https://bollanda.nl/planten/wanneer) helpt je dit plantmoment te plaatsen binnen het tuinjaar.

Buiten planten doe je pas wanneer de kans op nachtvorst voorbij is. Calla is niet winterhard in de knolvorm, dus een te vroege start buiten kost je de hele plant.

### Wachten op de juiste bodemtemperatuur

De bodemtemperatuur is bepalender dan de kalender. Calla komt pas in beweging als de grond minstens 12 °C is, wat in Nederland doorgaans begin mei het geval is, na de ijsheiligen. Plant je eerder, dan blijft de knol koud en stil in de grond liggen en neemt het rotrisico toe.

Deze warmtebehoefte maakt calla een typische zomerbloeier. Net als andere [zomerbollen](https://bollanda.nl/seizoen/zomer) wacht de calla op een warme bodem voordat hij echt aan de groei gaat. Reken na het planten op bloei na ongeveer 60 tot 90 dagen.

## Hoe diep plant je een calla?

De plantdiepte van calla wijkt af van het algemene boladvies en is precies de plek waar veel mensen de fout in gaan. Het loont om hier even bij stil te staan voordat je de spade pakt.

### 10 tot 15 cm grond boven de knol

Leg de knol of wortelstok zo diep dat er 10 tot 15 cm grond bovenop komt. Dat is dieper dan je intuïtief zou doen, maar het is essentieel: de wortels van calla vormen zich bovenop de knol en niet eronder. Te ondiep planten betekent dat die wortels geen grip en geen vocht vinden, met een zwakke plant als gevolg.

Deze regel staat los van de gangbare [plantdiepte voor bloembollen](https://bollanda.nl/planten/diepte), die uitgaat van de bolhoogte. Bij calla draait het juist om de laag grond boven de knol, niet om de bol zelf.

### De juiste kant boven

Leg de knol met de gladde kant naar beneden en de ogen of groeipunten naar boven. Bij twijfel plant je de knol op zijn zij; de scheuten vinden vanzelf hun weg naar het licht. Het algemene [stappenplan voor het planten](https://bollanda.nl/planten/stappenplan) volg je verder gewoon, met de aangepaste diepte als enige uitzondering.

## Planten per type

De twee callatypen vragen om een tegengestelde aanpak, vooral wat betreft de grond. De witte aronskelk wil vocht, de gekleurde hybride wil drainage.

### De witte aronskelk in vochtige grond

De witte aronskelk (Zantedeschia aethiopica) groeit uit een wortelstok en verdraagt natte grond uitstekend. Plant deze soort in humusrijke, vochtige grond op een plek met volle zon tot halfschaduw, en houd een plantafstand van 30 tot 40 cm aan. Deze ruime [plantafstand](https://bollanda.nl/planten/afstand) past bij de forse maat van de plant, die 50 tot 100 cm hoog wordt.

Deze soort verdraagt zelfs stilstaand water, wat haar geschikt maakt voor de natste hoeken van de tuin. Op zo'n plek voelt de witte aronskelk zich juist thuis.

### De gekleurde hybride met goede drainage

De gekleurde hybriden groeien uit een knol en vragen het tegenovergestelde: goed doorlatende, humusrijke grond zonder wateroverlast. Een natte standplaats betekent voor deze knollen een groot risico op bacterierot. Houd een plantafstand van 20 tot 30 cm aan, passend bij de compacte tot middelhoge maat van 30 tot 90 cm.

Kies een plek in volle zon tot halfschaduw met grond die snel uitzakt na regen. Op zware of natte grond werk je voor het planten grof zand of compost door om de afwatering te verbeteren.

## Water geven na het planten

Watergeven na het planten is een balanceeract, omdat juist de eerste weken bepalend zijn voor het rotrisico. Te enthousiast gieten is een van de meest gemaakte fouten.

### Spaarzaam tot de eerste scheuten

Geef na het planten maar mondjesmaat water tot de eerste scheuten verschijnen. De knol heeft in deze fase nog nauwelijks wortels en kan het vocht niet opnemen, waardoor het rond de knol blijft staan. Zodra de plant boven de grond komt en blad maakt, voer je de watergift geleidelijk op.

### Kernrot voorkomen

Overmatig water voor de uitloop is de directe oorzaak van kernrot, vooral bij de gekleurde hybriden. Deze knollen zijn gevoelig voor bacterieel zachtrot (Erwinia), dat zich snel uitbreidt in warme, natte omstandigheden. Giet daarom altijd bij de voet en niet over het blad, en zorg dat overtollig water weg kan.

De witte aronskelk is op dit punt veel toleranter en verdraagt nattigheid zonder problemen. Het onderscheid tussen de twee typen blijft dus ook na het planten van belang.

## Calla in pot planten

Een pot is een volwaardige plek voor calla en zelfs aan te raden voor de niet-winterharde hybriden, omdat je de pot makkelijk binnen kunt halen. De sleutel zit in de potgrond en de afwatering.

### Drainage en potgrondmengsel

Kies een pot met drainagegaten en leg onderin een laag hydrokorrels tegen wateroverlast. Voor het substraat werkt een mengsel van 50% universele potgrond, 25% rijpe compost of bladaarde en 15% perliet of grof zand goed, aangevuld met langzaamwerkende mestkorrels (NPK 12-10-18). Streef naar een pH tussen 6,0 en 6,5.

Goede [drainage in de pot](https://bollanda.nl/verzorging/potgrond/drainage) is voor de gekleurde hybride doorslaggevend, omdat de knol in een natte pot snel wegrot. De algemene regels voor [bloembollen in pot](https://bollanda.nl/locatie/pot) gelden verder gewoon, met de diepe ligging van de knol als aandachtspunt.

### Binnen of buiten in pot

Calla doet het goed als kamerplant op een lichte plek, maar ook buiten op het terras of in de border. De gekleurde hybride is vaak een kamer- of seizoensplant, terwijl de witte aronskelk meer een tuinplant is. Wil je het substraat aanpassen aan jouw situatie, dan kun je [potgrond zelf mengen](https://bollanda.nl/verzorging/potgrond/zelf-mengen) in de juiste verhoudingen.

Een pot binnen heeft het voordeel dat je hem in de winter eenvoudig vorstvrij wegzet. Buiten geniet je van de bloei op een warme, beschutte plek.

## De witte aronskelk aan en in de vijver

De witte aronskelk groeit in het wild langs rivierbeddingen en is daardoor uitstekend geschikt als oever- en vijverplant. Plant haar in een ruime vijvermand en plaats die in het seizoen 0 tot 15 cm onder het wateroppervlak. Op die manier krijgt de plant het permanente vocht waar ze van houdt. De principes voor [bloembollen bij de vijver](https://bollanda.nl/locatie/water) laten zien hoe je dit verder aanpakt.

Deze vijverrol geldt uitsluitend voor de witte aronskelk; de gekleurde hybriden zouden in zo'n natte omgeving direct wegrotten. Houd de twee typen dus ook bij het water strikt gescheiden.

## Veilig werken en goede vruchtwisseling

Alle delen van calla zijn giftig door calciumoxalaat, dat huidirritatie kan geven. Draag daarom handschoenen bij het hanteren van knollen, wortelstokken en planten, en houd het materiaal buiten bereik van kinderen en huisdieren. De [giftigheid van bolgewassen](https://bollanda.nl/probleem/giftig) zet dit risico in perspectief naast andere soorten.

Voor de standplaatsrotatie is calla een dankbare gast. De plant hoort tot de aronskelkfamilie (Araceae) en deelt geen ziekten met andere bolgewassen op de site, wat haar een uitstekende rotatiepartner maakt. Houd op dezelfde plek wel een rustperiode van 3 tot 4 jaar aan en vermijd warme, natte plekken waar bacterierot snel toeslaat.
