# Calla verzorgen: water, bemesting en overwinteren

Calla verzorgen kan verwarrend zijn, omdat het ene type juist nat wil staan en het andere snel wegrot bij te veel water. Dit waterverschil is de belangrijkste sleutel, en een kaliumrijke voeding stuurt de bloei. Het overwinteren verschilt bovendien per type: de gekleurde hybriden moeten eruit, terwijl de witte aronskelk onder voorwaarden mag blijven staan. In dit artikel lees je hoe je jouw calla door het seizoen en de winter loodst.

## Het waterverschil tussen de twee typen

De grootste valkuil bij calla is dat de twee planttypen een tegengestelde watergift vragen. De witte aronskelk (Zantedeschia aethiopica) is van nature een moerasplant, terwijl de gekleurde hybriden snel rotten in natte grond. Wie dit verschil kent, voorkomt het overgrote deel van alle problemen.

### De witte aronskelk wil vocht

De witte aronskelk groeit in het wild langs rivierbeddingen en verdraagt daardoor stilstaand water tot circa 30 cm diep. In de groeifase vraagt deze plant veel water en mag de grond gerust constant vochtig zijn. Juist een droge, schrale standplaats geeft slappe groei en weinig bloei.

Deze vochtbehoefte maakt Z. aethiopica geschikt voor de vijverrand en voor vochtige borders waar andere bolgewassen het laten afweten.

### De gekleurde hybride wil drainage

De gekleurde hybriden vragen het tegenovergestelde: een goed doorlatende, humusrijke grond die gelijkmatig vochtig blijft maar nooit nat. Bacterieel zachtrot door Erwinia is bij deze groep het belangrijkste risico en wordt bevorderd door natte, slecht geventileerde omstandigheden. Giet daarom nooit bovenlangs, maar bij de voet van de plant.

Uitstekende drainage is voor de hybriden geen luxe maar een voorwaarde. In een pot helpt een laag hydrokorrels onderin om wateroverlast te voorkomen.

### Watergift per groeifase

De juiste hoeveelheid water hangt af van het type én van de groeifase. De onderstaande lijst bevat de 4 hoofdfasen in de watergift van calla.

- **Rustfase**: de hybriden krijgen geen water tijdens hun droge rust; Z. aethiopica blijft semi-groenblijvend en vraagt slechts minimaal vocht.
- **Vroege groei**: spaarzaam water tot de scheuten verschijnen, daarna geleidelijk opvoeren.
- **Groei**: Z. aethiopica veel water (verdraagt stilstaand water), de hybriden middel met goede drainage.
- **Bloei**: beide typen middel tot hoog, maar bij de hybriden voorzichtig om Erwinia te voorkomen.

De basisprincipes van [water geven aan bloembollen](https://bollanda.nl/verzorging/water) gelden ook hier, met dit waterverschil als belangrijke uitzondering. Giet bij twijfel liever iets te weinig dan te veel, vooral bij de gekleurde hybriden.

## Bemesten met de nadruk op kalium

Kalium is voor calla het belangrijkste voedingselement, omdat het de knolvorming en de bloei stuurt. Een verhouding van ongeveer 3:1:5 (laag fosfor, hoog kalium) past goed bij deze plant. De streef-pH ligt rond 6,0 tot 6,5.

### Het schema door het seizoen

Calla volgt het bemestingsschema voor zomerbollen, met kalium als rode draad. Het [bemesten van bloembollen](https://bollanda.nl/verzorging/bemesting) verloopt het seizoen door in een vaste opbouw. De onderstaande tabel toont het bemestingsschema voor calla per groeifase.

| Groeifase                 | Meststof                                | Dosering                            |
| ------------------------- | --------------------------------------- | ----------------------------------- |
| Bij planten (apr - mei)   | Compost + NPK 12-10-18 (chloorarm)      | Compost: 3 - 5 kg/m²; NPK: 150 g/m² |
| Vroege groei (mei - jun)  | NPK 12-10-18 of 10-10-20                | Korrel: 80 - 100 g/m²               |
| Knopaanleg (jun - jul)    | NPK 7-14-28 of 6-12-24                  | Korrel: 50 - 80 g/m²                |
| Tijdens bloei (jul - sep) | NPK 5-10-25 of 7-14-28                  | Vloeibaar: 3 - 5 ml/l per 2 weken   |
| Na bloei (sep - okt)      | Patentkali (0-0-30). Geen stikstof meer | 30 - 50 g/m²                        |
| Voor rooien (okt - nov)   | Niet bemesten                           | n.v.t.                              |

De keuze tussen [een korrel- of vloeibare meststof](https://bollanda.nl/verzorging/bemesting/meststof) hangt af van je voorkeur en de plek. Gebruik altijd chloorarme meststoffen, want calla is gevoelig voor zout.

### Te veel stikstof: wat er misgaat

Stikstof in overmaat is bij calla een veelvoorkomende fout. Het resultaat is lange, slappe stengels, bladluisaantasting en knoppen die aborteren. Uiteindelijk krijg je veel blad maar weinig of kleinere bloemen.

Stop daarom na de bloei met stikstof en geef alleen nog een lichte kaliumgift, zodat de knol goed afhardt voor de winter.

## Tijdens en na de bloei

De periode tijdens en na de bloei bepaalt voor een groot deel hoe de knol het volgende jaar presteert. Een paar calla-specifieke handelingen maken hier het verschil.

### Uitgebloeide stelen aftrekken, niet afknippen

Bij calla trek je een uitgebloeide steel voorzichtig uit de basis in plaats van hem af te knippen. Het [verwijderen van uitgebloeide bloemen](https://bollanda.nl/verzorging/na-bloei) voorkomt zaadvorming en houdt de plant netjes, maar bij calla speelt nog iets extra's. Een afgeknipte holle steel laat namelijk water tot in de knol lopen, met rot als gevolg.

Draag bij deze handeling handschoenen, omdat alle delen van de plant giftig zijn.

### Het blad laten afsterven

Laat het blad na de bloei rustig vergelen en afsterven, want dit voedt de knol voor het volgende seizoen. Het [loof laten staan tot het volledig is afgestorven](https://bollanda.nl/verzorging/loof) is de regel die je het beste resultaat geeft. Ruim het pas op als het helemaal geel en slap is.

Bij de gekleurde hybriden knip je het blad pas vlak voor het rooien terug tot 5 tot 10 cm.

### Waarom jaar 2 minder uitbundig is

Veel mensen schrikken als hun calla in het tweede jaar minder rijk bloeit. De oorzaak is meestal het gibberelline-effect: professionele kwekers behandelen de knollen voor aflevering, waardoor ze in jaar 1 twee- tot driemaal zoveel bloemen geven als van nature. Dit effect is eenmalig en valt in jaar 2 weg.

Beschouw het eerste jaar als bonusjaar en beoordeel de plant pas in jaar 2 op zijn werkelijke waarde. Goede verzorging en een kaliumrijke voeding helpen de knol om zich te herstellen. Waarom je die bloeiverwachting al bij de aankoop meeweegt, legt de [koopgids voor calla](https://bollanda.nl/bolsoort/zantedeschia/koopgids) uit bij het gibberelline-effect.

## Calla overwinteren per type

Het overwinteren verschilt sterk per type, omdat de gekleurde hybriden niet winterhard zijn en de witte aronskelk beperkt winterhard is. Kies de aanpak die bij jouw calla past.

### Gekleurde hybriden rooien en bewaren

Gekleurde hybriden overleven temperaturen onder -1 °C niet en moeten daarom in oktober uit de grond, voor de eerste nachtvorst. Stop met bemesten in augustus en verminder het water vanaf september, zodat de knol afhardt. Graaf de knollen voorzichtig uit, knip het blad af op 5 tot 10 cm en laat ze 2 tot 3 dagen drogen.

Het [rooien van bloembollen](https://bollanda.nl/bewaren/rooien) verloopt voor calla volgens dezelfde basisprincipes als bij andere zomerbollen. Bewaar de knollen daarna bij 8 tot 10 °C in vermiculiet, turfmolm of krantenpapier, nooit luchtdicht.

De rustfase duurt minimaal 2 maanden, typisch 3 tot 5 maanden. Het algemene principe van [bloembollen overwinteren](https://bollanda.nl/bewaren/overwinteren) en de [houdbaarheid van gerooide bollen](https://bollanda.nl/bewaren/houdbaarheid) bieden hier extra houvast.

### De witte aronskelk in de volle grond

De witte aronskelk is beperkt winterhard tot circa -12 °C en mag op een beschutte plek in de volle grond blijven staan. De cultivar 'Crowborough' is harder en verdraagt in de praktijk tot -15 of -18 °C. Dek de standplaats af met een wintermulch van 10 tot 15 cm bladmulch of stro.

Het grootste risico is niet koud en nat, maar koud en droog. Op droge zandgrond is afdekken vaak zelfs niet nodig, en oudere, gevestigde planten zijn duidelijk winterharder dan jonge exemplaren.

### De witte aronskelk in de vijver

In de vijver overwintert Z. aethiopica eenvoudig door de mand te verlagen naar minimaal 40 cm diepte. Op die diepte bevriest het water niet volledig en is geen verdere actie nodig tot het voorjaar. Het telen van [bloembollen bij de vijver](https://bollanda.nl/locatie/water) sluit goed aan op het van nature vochtminnende karakter van deze plant.

Moet je een aronskelk vorstvrij binnen bewaren, houd de grond dan licht vochtig en nooit kurkdroog, want de plant gaat niet volledig in rust.

## De meest gemaakte verzorgingsfouten

De meeste teleurstellingen bij calla zijn terug te voeren op een handvol fouten. Wie ze kent, voorkomt verreweg de meeste problemen. De onderstaande lijst bevat de 4 meest gemaakte verzorgingsfouten bij calla.

- **De hybride te nat houden**: dit leidt tot Erwinia-rot, de belangrijkste doodsoorzaak bij gekleurde calla's.
- **Te warm bewaren boven 15 °C**: de knollen lopen dan voortijdig uit tijdens de rustfase.
- **Stelen afknippen in plaats van aftrekken**: water dringt via het holle snijvlak de knol binnen en veroorzaakt rot.
- **De witte aronskelk koud en droog laten staan**: juist die combinatie is funest, terwijl koud en vochtig wel wordt verdragen.

Loopt het ondanks goede verzorging toch mis, bijvoorbeeld door rot of gele bladeren, dan bieden de [veelvoorkomende callaproblemen](https://bollanda.nl/bolsoort/zantedeschia/probleem) je houvast bij het oplossen ervan. Met de juiste watergift, een kaliumrijke voeding en een passende overwintering houd je jouw calla jarenlang gezond.
