# Najaar 0,76 graden warmer in de laatste generatie

Het meteorologisch najaar in Nederland is warmer geworden, en die opwarming zit vrijwel volledig in de laatste generatie. Bij de vijf hoofdstations samen steeg de najaarstemperatuur tussen 1961-1990 en 1991-2020 met **0,76 graden Celsius**, terwijl de generatie daarvoor nog vrijwel vlak bleef. Dat blijkt uit een eigen analyse van Bollanda op ruim een eeuw gehomogeniseerde KNMI-data.

De opwarming van het najaar is de harde kern van deze studie en rekt het venster op waarin je voorjaarsbollen plant. De eerste najaarsvorst nemen we eerlijk gekaderd mee als ondersteunend signaal.

## Kerncijfers

Deze studie meet het najaarsklimaat bij de vijf hoofdstations van Nederland over drie generaties. De onderstaande lijst bevat de 4 kernuitkomsten over het najaar en de planttijd.

- **Versnelde opwarming**: het najaar bleef tussen 1945 en 1975 vrijwel vlak (+0,08 graden) en warmde daarna in één generatie met 0,76 graden op.
- **Landelijk eenduidig**: alle vijf hoofdstations laten dezelfde beweging zien, met een totale opwarming van 0,70 tot 0,95 graden over twee generaties.
- **Statistisch hard**: de najaarstemperatuur stijgt met 0,18 graden per decennium, bij alle vijf stations significant met extreem kleine p-waarden.
- **Eerste vorst genuanceerd**: de eerste najaarsvorst valt landelijk zo'n 8 dagen later dan twee generaties geleden, maar dat verschilt sterk per station.

Een generatie staat hier voor 30 jaar. We vergelijken drie standaard klimaatperioden: 1931-1960 (midden 1945), 1961-1990 (midden 1975) en 1991-2020 (midden 2005). Alle temperaturen in deze studie zijn in graden Celsius.

## Het najaar wordt warmer (het hoofdcijfer)

**Dit is de robuuste bevinding.** We vergelijken drie standaard klimaatperioden van dertig jaar, met hun middens rond 1945, 1975 en 2005. De grafiek hieronder toont de landelijke najaarstemperatuur per jaar, met het gemiddelde per generatie als dikke lijn: het niveau bleef een halve eeuw vrijwel gelijk en stapte daarna omhoog.

De onderstaande tabel toont per station het najaarsgemiddelde (in graden Celsius) in elke generatie en de opwarming per stap, met de landelijke rij uitgelicht.

| Station               | 1931-1960 | 1961-1990 | 1991-2020 | Opwarming 1945-1975 | Opwarming 1975-2005 |
| --------------------- | --------- | --------- | --------- | ------------------- | ------------------- |
| De Bilt               | 9,97      | 10,16     | 10,89     | +0,19               | +0,73               |
| Vlissingen            | 11,56     | 11,53     | 12,32     | -0,03               | +0,79               |
| Eelde                 | 9,53      | 9,54      | 10,23     | +0,01               | +0,69               |
| De Kooy               | 10,65     | 10,77     | 11,60     | +0,12               | +0,83               |
| Beek                  | 10,05     | 10,16     | 10,93     | +0,11               | +0,77               |
| Nederland (gemiddeld) | 10,35     | 10,43     | 11,19     | +0,08               | +0,76               |

Alle cijfers in de tabel zijn in graden Celsius: de eerste drie kolommen tonen het najaarsgemiddelde per generatie, de laatste twee de opwarming van de ene generatie naar de volgende. Bij elk station is de stap tussen 1975 en 2005 vele malen groter dan de generatie daarvoor. De trend over de hele reeks bevestigt dit en is bijzonder sterk: de najaarstemperatuur stijgt met ongeveer **0,18 graden per decennium**, bij alle vijf stations met een extreem kleine Mann-Kendall p-waarde. We hebben alles ook nagerekend op de vorige homogenisatie van het KNMI uit 2016, met vrijwel hetzelfde resultaat. De opwarming van het najaar staat dus los van welk station of welke versie van de reeks je bekijkt.

## Drie feiten die je zo kunt citeren

Voor wie snel wil schrijven: de onderstaande lijst bevat 3 feiten uit dezelfde landelijke reeks die je direct kunt overnemen, met deze studie als bron.

- **De tien warmste najaren sinds 1907 vallen allemaal in of na 1999.** Bovenaan staan 2006 (13,87 graden), 2014 (12,77 graden) en 2022 (12,62 graden).
- **Sinds 2010 is geen enkel najaar meer kouder geweest dan het oude klimaatgemiddelde.** De twaalf najaren van 2011 tot en met 2022 zaten allemaal boven de 10,43 graden van de generatie 1961-1990.
- **Bij De Bilt, waar de reeks tot begin 2026 doorloopt, was het najaar van 2023 het op één na warmste ooit gemeten.** Met 12,84 graden moest het alleen 2006 (13,55 graden) voor zich dulden.

## Het beeld per station

Onder de landelijke lijn zit vijf keer hetzelfde patroon: een halve eeuw vrijwel vlak, daarna een duidelijke sprong. Toch heeft elk station zijn eigen niveau en nuance. Hieronder staat elke reeks apart, ingezoomd op de eigen temperatuur, met de generatiegemiddelden op de grafiek en de kerncijfers eronder. De eerste vorst lichten we in de volgende sectie eerlijk toe.

### De Bilt

De Bilt is het referentiestation in het midden van het land en heeft de langste reeks, tot begin 2026. De sprong tussen 1975 en 2005 is onmiskenbaar, terwijl de eerste vorst over twee generaties maar licht opschuift. Tussen de twee recentste generaties is die vorstverandering vrijwel nul: bij De Bilt zit de verschuiving vooral in de eerste eeuwhelft.

### Vlissingen

Vlissingen ligt aan zee in Zeeland en is met afstand het zachtste station: de zee dempt de temperatuur en houdt het najaar lang mild. Dat zie je terug in vier vorstvrije jaren en een eerste vorst die ruim tien dagen later valt dan twee generaties geleden.

### Eelde

Eelde in het noorden is het koelste station van de vijf. De totale opwarming is er iets kleiner dan elders, maar nog altijd zeer significant, en net als bij de andere binnenlandse stations komt er in de hele reeks geen enkel vorstvrij jaar voor.

### De Kooy

De Kooy ligt aan de kop van Noord-Holland, vlak bij zee. Hier is het kustsignaal het sterkst: de grootste totale opwarming van de vijf en de grootste verschuiving van de eerste vorst, met een enkel vorstvrij jaar.

### Beek

Beek in Zuid-Limburg zit qua opwarming in de middenmoot. De eerste vorst schuift er gematigd op en vorstvrije jaren komen niet voor, wat past bij het binnenlandse beeld.

## En de eerste najaarsvorst?

**Hier is de data eerlijker dan een simpele kop zou suggereren.** De eerste najaarsvorst, de eerste dag vanaf 1 juli waarop het kwik onder nul zakt, valt over de volledige eeuw bij alle vijf stations later, en dat is overal statistisch significant. Over twee generaties gaat het landelijk om zo'n **8 dagen later**. Maar het beeld verschilt sterk per station. De onderstaande tabel toont daarom per station de gemiddelde datum van de eerste najaarsvorst in elke generatie, met de verschuiving per stap in dagen.

| Station               | 1931-1960  | 1961-1990   | 1991-2020   | Verschuiving 1945-1975 | Verschuiving 1975-2005 |
| --------------------- | ---------- | ----------- | ----------- | ---------------------- | ---------------------- |
| De Bilt               | 30 oktober | 3 november  | 3 november  | +4                     | 0                      |
| Vlissingen            | 2 december | 3 december  | 14 december | +1                     | +11                    |
| Eelde                 | 30 oktober | 29 oktober  | 2 november  | -1                     | +4                     |
| De Kooy               | 9 november | 18 november | 24 november | +9                     | +6                     |
| Beek                  | 31 oktober | 4 november  | 6 november  | +4                     | +2                     |
| Nederland (gemiddeld) | 8 november | 11 november | 16 november | +3                     | +5                     |

De eerste drie kolommen tonen de gemiddelde datum van de eerste vorst in die generatie, afgerond op hele dagen; vorstvrije jaren tellen in dat gemiddelde niet mee. De laatste twee kolommen tonen de verschuiving tussen de generaties in dagen. Het patroon wijkt duidelijk af van de temperatuur: waar de opwarming bij alle vijf stations vrijwel dezelfde vorm heeft, loopt de vorst sterk uiteen. Aan de kust schuift de eerste vorst het hardst op, bij De Kooy verspreid over beide stappen en bij Vlissingen vrijwel volledig in de laatste generatie. In het binnenland is de beweging kleiner, en bij De Bilt zit de hele verschuiving zelfs in de eerste stap: tussen 1975 en 2005 staat de gemiddelde datum daar stil. Eelde zet als enige eerst een stapje terug. Door de afronding op hele dagen kan een stap hier een dag afwijken van het totaal bij de stationsgrafieken hierboven.

Eerste vorst is bovendien van nature grillig: een vroege vorstnacht hangt af van een heldere, windstille hemel en niet alleen van het gemiddelde klimaat. Daarom houden we de vorst als ondersteunend signaal en claimen we geen scherpe vorstsprong tussen de generaties.

**Een belangrijke nuance:** bij de binnenlandse stations (De Bilt, Eelde en Beek) komt in de hele reeks geen enkel vorstvrij jaar voor. Aan de kust ligt dat anders, met vier vorstvrije jaren bij Vlissingen en één bij De Kooy. Het verhaal gaat dus niet over verdwijnende vorst, maar over een najaar dat landelijk langer zacht en bewerkbaar blijft. Hoe de winterkou zelf verschuift, brachten we daarna apart in kaart: uit [onze studie naar de winterhardheidszones](https://bollanda.nl/onderzoek/winterhardheidszones) blijkt dat de koudste nacht van het jaar in één generatie ruim 2 graden zachter werd en Nederland als geheel van zone 8a naar 8b opschoof.

## Wat dit betekent voor het planten van voorjaarsbollen

**Hier scheiden we de weerdata strikt van de tuinregel.** De data bewijst dat het najaar opwarmt. De stap naar "je kunt later planten" is tuinbouwkennis, geen weerstatistiek.

**De tuinregel is goed gedocumenteerd:** je plant voorjaarsbollen in het najaar, voor de eerste vorst, zodat ze voor de winter kunnen wortelen, en je kunt doorgaan zolang de grond niet bevroren is. Dat advies komt van Royal Anthos (Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten), via FlowerBulbs.com, "The 10 most frequently asked questions about flower bulbs" (Simone Visser).

Een langer zacht najaar rekt die late rand van het plantvenster dus op. Een ondersteunende maat uit onze eigen data wijst dezelfde kant op: het moment waarop de luchttemperatuur in het najaar onder de 10 graden zakt, schuift landelijk ongeveer 3 dagen per generatie later op. Let wel, dat is **een luchttemperatuur en geen bodemtemperatuur**, dus we gebruiken het als trendindicator, niet als harde bodemmaat.

**Kortom,** de praktische conclusie dat je tegenwoordig wat later kunt planten leunt op de warmere najaren en op de tuinregel, niet op een vorst die plotseling veel later komt.

> De tuinregel zelf is nooit veranderd: je kunt planten zolang de grond niet bevroren is. Wat wel verandert, is het klimaat eronder. Onze cijfers laten zien dat het najaar je daar tegenwoordig aantoonbaar meer ruimte voor geeft dan een generatie geleden.
>
> Joachim van Rossenberg, oprichter van Bollanda

Wil je dit in je eigen tuin toepassen? Bekijk in de [plantkalender](https://bollanda.nl/planten/kalender) welke bol in welke maand de grond in kan, of lees [wanneer je bloembollen plant](https://bollanda.nl/planten/wanneer) voor het volledige verhaal achter het plantmoment. Loop je achter op het seizoen, dan kun je vaak nog [bloembollen laat planten](https://bollanda.nl/planten/laat).

## Hoe we dit hebben gemeten

We werken methodisch en toetsbaar, zodat iedereen de cijfers kan nadraaien. De onderstaande lijst bevat de 6 keuzes en definities achter de analyse.

- **Reeksen**: gehomogeniseerde dagtemperatuur van het KNMI voor de vijf hoofdstations (De Bilt, Vlissingen, Eelde, De Kooy en Beek). De reeksen lopen vanaf 1901 of 1907 tot en met 2022, en voor De Bilt tot begin 2026.
- **Vorst**: een dag met een minimumtemperatuur onder 0,0 graden. Een vorstjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni, zodat een winter niet door een kalenderjaargrens wordt geknipt. Onvolledige vorstjaren vallen buiten de statistiek.
- **Najaar**: het gemiddelde van het etmaalgemiddelde over september, oktober en november.
- **Perioden**: we vergelijken drie standaard klimaatperioden (1931-1960, 1961-1990 en 1991-2020) en toetsen de trend over de volledige reeks met de Mann-Kendall toets en Sen's slope, de standaard niet-parametrische klimaatmethode die bestand is tegen uitschieters.
- **Landelijk cijfer**: het landelijke getal is het gemiddelde van de vijf stations, en de spreiding geven we als bandbreedte tussen het laagste en hoogste station.
- **Versies**: we rekenen op de nieuwste homogenisatie van het KNMI (versie 2.0 uit 2026) en herhalen alles op de vorige versie (2016) als robuustheidscheck. De cijfers lopen nagenoeg gelijk.

## Bron, data en verantwoording

We baseren ons op de gehomogeniseerde dagtemperatuurreeksen versie 2.0 (2026) van het KNMI voor de vijf hoofdstations. De methode achter die reeksen is openbaar en peer-reviewed, vastgelegd in een uitgebreid KNMI-rapport. Daardoor is niet alleen onze analyse na te rekenen, maar ook de onderliggende databewerking van het KNMI. De onderstaande lijst bevat de 3 hoofdbronnen achter deze studie.

- **Wetenschappelijk rapport (peer-reviewed)**: Cees de Valk en Theo Brandsma, *Homogenization of daily temperature data of the five principal stations in the Netherlands - version 2.0*. KNMI, nummer WR-26-01, 2026, 103 pagina's.
- **KNMI-nieuwsbericht**: "Verbeterde homogene temperatuurreeksen", 27 januari 2026.
- **KNMI DataPlatform**: de dataset met de ruwe meting en de gehomogeniseerde reeksen versie 1 (2016) en versie 2 (2026) voor de vijf hoofdstations in Nederland.

Wil je de cijfers zelf nalopen? De vergelijkingstabel per station, met de najaarsgemiddelden per generatie en de eerste-vorstcijfers, is te downloaden: [stations-vergelijking.csv](/onderzoek/plantvenster-klimaat/stations-vergelijking.csv). Heb je voor een verhaal de volledige methode, de broncijfers of de losse data nodig? [Neem dan gerust contact op](mailto:joachim@bollanda.com).

## Voor de pers

Alles uit deze studie is **vrij te gebruiken, ook redactioneel**: grafieken, tabellen en cijfers mag je overnemen met bronvermelding "Bollanda" en een link naar deze pagina (Creative Commons BY 4.0). De onderstaande lijst zet al het persmateriaal op een rij.

- **Grafieken**: elke grafiek is los te downloaden als vectorbestand (SVG) of als afbeelding op hoge resolutie (PNG), zie de tabel hieronder.
- **Embed**: onder elke grafiek staat een knop "Kopieer embed-code"; de geplakte code toont altijd de actuele grafiek en linkt automatisch naar deze studie.
- **Data**: de volledige vergelijkingstabel per station als [CSV-download](/onderzoek/plantvenster-klimaat/stations-vergelijking.csv).
- **Rapport (citeerbaar)**: de studie is ook als formeel [working paper (PDF, in het Engels)](/onderzoek/plantvenster-klimaat/plantvenster-klimaat-working-paper.pdf) beschikbaar, met methode, resultaten en een literatuurlijst. Het paper heeft een vaste DOI: [10.5281/zenodo.21135264](https://doi.org/10.5281/zenodo.21135264). Citeer als: van Rossenberg, J. (2026). *Autumn warming and the bulb-planting window in the Netherlands*. Bollanda. [https://doi.org/10.5281/zenodo.21135264](https://doi.org/10.5281/zenodo.21135264)
- **Beeld**: het sfeerbeeld bovenaan deze pagina is eveneens vrij te gebruiken: [download de foto](/images/plantvenster-klimaat.jpg).
- **Contact**: vragen over de methode of de cijfers, of een quote nodig? Mail [Joachim van Rossenberg](/over/joachim-van-rossenberg) via [joachim@bollanda.com](mailto:joachim@bollanda.com).

| Grafiek                          | Vector                                                               | Afbeelding                                                           |
| -------------------------------- | -------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------------------------- |
| Nederland (landelijk gemiddelde) | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek.svg)            | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek.png)            |
| De Bilt                          | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-de-bilt.svg)    | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-de-bilt.png)    |
| Vlissingen                       | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-vlissingen.svg) | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-vlissingen.png) |
| Eelde                            | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-eelde.svg)      | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-eelde.png)      |
| De Kooy                          | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-de-kooy.svg)    | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-de-kooy.png)    |
| Beek                             | [SVG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-beek.svg)       | [PNG](/onderzoek/plantvenster-klimaat/najaar-grafiek-beek.png)       |
