# Penicillium: blauwgroene schimmel op bewaarde bollen

Penicillium is een blauwgroene schimmel die je bloembollen aantast tijdens de bewaring, niet in de grond. Het pluis verschijnt vaak na een kneuzing of beschadiging en breidt zich uit als de bollen vochtig of te warm liggen. In dit artikel leer je de schimmel herkennen, begrijp je waarom beschadiging de boosdoener is en weet je hoe je het in de bewaarfase voorkomt.

## Bewaarrot, geen teeltziekte

Penicillium gedraagt zich anders dan de meeste schimmels die bloembollen treffen. Waar veel ziekten in de grond toeslaan tijdens de teelt, verschijnt deze schimmel juist tijdens de opslag. De verwarring met [Fusarium en bolrot](https://bollanda.nl/probleem/ziekte/fusarium) is begrijpelijk, maar bij Penicillium begint het probleem pas nadat je de bollen hebt gerooid of gekocht.

De schimmel is een typische zwakteparasiet. Hij dringt nauwelijks een gave, gezonde bol binnen, maar grijpt zijn kans zodra er een wondje of zwakke plek is. Daardoor is Penicillium vooral een signaal dat er iets misging bij het oogsten, drogen of bewaren.

## Hoe herken je Penicillium?

Het schadebeeld is meestal goed te herkennen aan de kleur en de plek. De onderstaande lijst bevat de 3 belangrijkste kenmerken waaraan je Penicillium op je bloembollen herkent.

- **Blauwgroen pluis**: een poederachtige, blauwgroene laag schimmel op de buitenkant of bij een beschadiging van de bol.
- **Plek na beschadiging**: de schimmel zit vaak rond een kneuzing, snee of afgebroken stukje van de bol.
- **Zachte ondergrond**: onder het pluis voelt het weefsel vaak zacht of ingedroogd aan, soms met een muffe geur.

In een vroeg stadium blijft de aantasting oppervlakkig. Naarmate de schimmel verder groeit, dringt hij dieper in de bol en tast hij het opgeslagen reservevoedsel aan.

## Waarom beschadiging de boosdoener is

Penicillium heeft een open deur nodig om binnen te komen. Een gave bolhuid is een prima barrière, maar een kneuzing, een schaafplek of een afgebroken wortelkrans biedt de schimmel direct toegang. Daarom zie je de aantasting vaak op bollen die ruw zijn behandeld of die op elkaar zijn gestort.

Vochtige omstandigheden versterken het probleem. Sporen van Penicillium zijn vrijwel overal aanwezig, dus zodra er een wondje en wat vocht samenkomen, kiemt de schimmel. Voorzichtig oogsten en goed drogen halen die twee voorwaarden weg.

## Welke soorten lopen risico?

Vrijwel elke bewaarde bol kan Penicillium oplopen, maar sommige soorten zijn gevoeliger door hun bouw en bewaarwijze. De onderstaande lijst bevat de 5 bolsoorten waarbij bewaarrot door Penicillium het vaakst voorkomt.

- **Tulp**: door het ruime aanbod en de lange droge bewaring loopt de [tulp een verhoogd risico](https://bollanda.nl/bolsoort/tulipa/probleem) op aantasting via kneuzingen.
- **Hyacint**: de grote, vlezige bollen zijn gevoelig voor druk- en stootplekken, wat een van de veelvoorkomende [problemen met hyacinten](https://bollanda.nl/bolsoort/hyacinthus/probleem) vormt.
- **Iris**: bollen met een dunne huid waarbij beschadiging snel een ingang vormt, vergelijkbaar met andere [problemen bij iris](https://bollanda.nl/bolsoort/iris/probleem).
- **Gladiool**: knollen die je na het rooien lang bewaart en die snel beschadigen, net als bij andere [problemen met gladiolen](https://bollanda.nl/bolsoort/gladiolus/probleem).
- **Lelie**: schubbollen zonder beschermend vlies, waardoor uitdroging en beschadiging snel toeslaan, zoals bij meer [problemen bij lelies](https://bollanda.nl/bolsoort/lilium/probleem).

De rode draad is steeds dezelfde: een beschadigde of verzwakte bol in een vochtige, slecht geventileerde omgeving.

## De aanpak in de bewaarfase

Omdat Penicillium pas tijdens de opslag toeslaat, ligt de hele aanpak in de bewaarfase. Voorkomen werkt hier veel beter dan bestrijden, want curatieve middelen voor de hobbytuinier zijn er niet.

### Niet kneuzen en snel drogen

Voorzichtig behandelen is de eerste verdedigingslinie. Pak bollen na het rooien rustig op, gooi ze niet op een hoop en knip beschadigde resten netjes weg. Elke kneuzing die je voorkomt, is een ingang minder voor de schimmel. Koop je bollen, controleer ze dan meteen op kneuzingen en zachte plekken, want alleen een gave bol houdt de schimmel buiten, zoals je leest bij de [kwaliteit van bloembollen](https://bollanda.nl/koopadvies/kwaliteit).

Snel en grondig drogen is de tweede stap. Leg de bollen na het rooien enkele dagen tot twee weken op een luchtige, droge plek, zodat het oppervlak goed opdroogt voordat je ze opbergt. Een vochtige bol die je direct wegstopt, is een ideale voedingsbodem.

### Koel en geventileerd bewaren

De bewaaromgeving bepaalt of de schimmel kans krijgt. Bewaar je bollen koel, droog en luchtig, en kies altijd voor luchtdoorlatend materiaal in plaats van een afgesloten zak. De algemene richtlijnen voor het [bewaren van bloembollen](https://bollanda.nl/bewaren) helpen je de juiste temperatuur en vochtigheid aan te houden.

Netzakken of geventileerde kratten werken het best, omdat vocht dan kan ontsnappen. Een geschikte [bewaarkist](https://bollanda.nl/benodigdheden/bewaarkist) houdt de bollen luchtig en gescheiden, zodat een enkele aangetaste bol niet meteen de rest besmet. Sluit bollen nooit luchtdicht op, want dan blijft het vocht hangen.

## Te redden of weggooien?

Niet elke aangetaste bol is verloren. Bij een oppervlakkige plek kun je het blauwgroene pluis voorzichtig verwijderen en de bol nog gebruiken, mits het weefsel eronder stevig en gezond aanvoelt. Laat zo'n bol daarna extra goed drogen voordat je hem terugzet of plant.

Zit het rot dieper in de bol, dan is weggooien het verstandigst. Een bol die over een groot deel zacht of ingedroogd is, herstelt niet meer en kan andere bollen aansteken. Hoe lang je gezonde bollen kunt bewaren, lees je terug in de richtlijnen rond de [houdbaarheid van bloembollen](https://bollanda.nl/bewaren/houdbaarheid), zodat je op tijd plant en de bewaarperiode niet onnodig oprekt.
